Zwarte Sinterklaas en de komst van duizenden migranten uit Indonesië
In dit artikel:
Op 5 december 1957 — die datum ging de geschiedenis in als een donkere mijlpaal in de Indonesisch-Nederlandse betrekkingen — bestempelde president Soekarno Nederlanders als staatsgevaarlijk en zette hij een reeks maatregelen in gang. Kort daarvoor hadden Indonesische vakbonden al zo’n 700 nog steeds door Nederlanders beheerde bedrijven overgenomen; op 5 december plaatste Soekarno die ondernemingen onder militair toezicht. Als gevolg daarvan moesten veel Nederlanders het land verlaten: in Nederland werden zij als repatrianten geregistreerd, ook al ging het vaak om families met Nederlandse roots die generaties in Azië hadden gewoond. Bovendien raakten met hen ook hun Indonesische echtgenoten, die volgens de wet door huwelijk de Nederlandse nationaliteit hadden verkregen, gedwongen te emigreren.
Deze gebeurtenissen maakten deel uit van een breder anti‑koloniaal en nationaliseringsbeleid in Indonesië na de onafhankelijkheid en van verslechterende politieke verhoudingen met Nederland (onder meer rond kwesties als Nieuw-Guinea). Het leidde tot een grootschalige terugkeer naar Nederland en zette veel persoonlijke en maatschappelijke ontworteling in gang: mensen die in Nederlands-Indië waren opgegroeid, moesten zich ineens aanpassen aan een land dat zij soms nog nooit hadden gezien.